Berichten

Ook bij co-ouderschap moet er alimentatie worden betaald

Wanneer er bij een scheiding afspraken rond de kinderen moeten worden gemaakt dan is het belangrijk dat je je eerst informeert. Het liefst bij iemand die professioneel met scheidingen bezig is, zoals een bemiddelaar. Je goed informeren voorkomt dat je met bepaalde overtuigingen rond zaken blijft zitten, die niet correct zijn. Een van die misverstanden die mensen wel eens hebben is dat er bij co-ouderschap (gelijk verblijf van het kind bij vader en moeder) geen onderhoudsgeld voor het kind zou moeten worden betaald. Het is een misvatting die ik reeds herhaaldelijke keren heb gehoord maar die langs geen kanten klopt.

Iedere ouder draagt bij in de kosten van het kind

De regel is dat iedere ouder bijdraagt in de kosten van een kind. Nu denken sommigen bij een co-ouderschapsregeling: ‘ons kind brengt evenveel tijd door bij de ene als bij de andere ouder, dus dragen we als ouder allebei evenveel bij in de kosten van ons kind en moet er geen alimentatie meer worden betaald’.

Echter gaat deze redenering slechts op voor de verblijfsgebonden kosten. Hieronder vallen de kosten verbonden aan eten en drinken, de woonst en energieverbruik (elektriciteit, water, gas …) of de dagelijkse verzorging (zeep, shampoo, tandpasta …). Dit zijn met andere woorden allemaal kosten die betaald worden door de ouder bij wie het kind op dat moment verblijft, hetgeen impliceert dat bij een gelijk verdeeld verblijf (50% bij vader en 50% bij moeder) deze kosten tussen de beide ouders gelijkmatig wordt verspreid. Tot hier is de redenering dat ouders bij verblijfsco-ouderschap elk de helft van de kosten dragen juist.

De redenering gaat echter niet meer op voor de niet-verblijfsgebonden kosten. Het gaat dan over onder meer de schoolkosten, kledijkosten, medische kosten en kosten verbonden aan het uitoefenen van een hobby of een andere activiteit, vervoer en communicatie. Deze kosten worden immers doorgaans door één ouder betaald. De andere ouder zal dan zijn of haar deel moeten terugbetalen onder de vorm van onderhoudsgeld. Met andere woorden: er moet wel degelijk alimentatie worden betaald, ook bij verblijfsco-ouderschap.

Bijdrage overeenkomstig het inkomen

Maar er is nog een tweede reden waarom ook bij co-ouderschap onderhoudsgeld moet worden betaald en dat is de wet op de onderhoudsbijdrage van 19 maart 2010. Deze wet bepaalt immers dat ouders in de kosten van hun kind moeten bijdragen in verhouding tot hun nettoinkomen (= inkomsten uit arbeid waaronder maandwedde, eindejaarspremie, vakantiegeld, maaltijdcheques, firmawagen, … alsook inkomsten uit bijvoorbeeld de verhuur van een onroerend goed). De regel is dat wie het meest verdient het meest zal moeten bijdragen in de kosten van het kind. Dus wanneer het inkomen van de ene ouder 70% van het totale gezinsinkomen uitmaakt en het inkomen van de andere ouder 30%, dan zal de ene ouder 70% en de andere ouder 30% van de kosten van hun kind moeten dragen, ook al is het verblijf van hun kind gelijkmatig verdeeld (kind verblijft 50% bij vader en 50% bij moeder).

Ik verduidelijk aan de hand van een voorbeeld:

Stel, ouder A verdient maandelijks 1.000 EUR en ouder B 3.000 EUR, dan verdient ouder A ¼ of 25% van het totale gezinsinkomen en ouder B ¾ of 75% van het totale gezinsinkomen.

Ondanks dat er verblijfsco-ouderschap is overeengekomen, zal ouder B toch maandelijks onderhoudsgeld moeten betalen. Dit onderhoudsgeld dekt zowel verblijfsgebonden als niet-verblijfsgebonden kosten.

1) Verblijfsgebonden kosten:

De ouder bij wie het kind verblijft betaalt voor het kind eten en drinken en energiekosten en zeep … Dit betekent dat bij co-ouderschap (gelijk verdeeld verblijf) beide ouders ongeveer evenveel zullen uitgeven (elk 50%). Op basis van het inkomen dient ouder B evenwel 75% van de kosten te dragen en ouder A slechts 25%. Ouder B zal bijgevolg aan ouder A nog een bedrag gelijk aan 25% van de totale verblijfsgebonden kosten moeten betalen. Dit bedrag maakt deel uit van het maandelijks onderhoudsgeld.

2) Niet-verblijfsgebonden kosten:

In het geval deze door ouder A worden betaald, zal ouder B zijn of haar deel, met name 75% van de kosten, aan ouder A moeten betalen. Ook dit bedrag maakt deel uit van het maandelijks onderhoudsgeld en zal ofwel op een persoonlijke rekening van ouder A worden gestort ofwel op een kindrekening. In geval van een kindrekening zal ook ouder A zijn of haar bijdrage, met name 25% van de kosten, op de kindrekening moeten storten.

Tenslotte zijn er ook nog buitengewone kosten waarvoor elk van de ouders moeten bijdragen op het ogenblik dat deze kosten zich voordoen.

 

Wens je meer info of wens je een afspraak, contacteer mij gerust op 0497/48 51 59 of mail me via info@katrienballinckx.be. Je kan mij ook contacteren via het contactformulier.

 

Verblijfsregister voor kinderen van co-ouders

Wanneer ouders uiteengaan, dan moet er voor de kinderen een domicilie worden gekozen. Want ook al verblijven de kinderen afwisselend bij vader en moeder, zij kunnen maar bij één van de twee hun officieel domicilie hebben: of bij moeder, of bij vader.

Voordelen, gekoppeld aan de domiciliëring bij één van de ouders

1. Fiscale voordelen

Aan de domiciliëring zijn enkele voordelen verbonden. Zo zal de ouder, bij wie het kind is gedomicilieerd, het kind vaak ook fiscaal ten laste hebben, wat fiscale voordelen met zich meebrengt, zoals:

  • verhoging van de belastingsvrije som (dus concreet minder belasting betalen)
  • fiscale aftrekbaarheid van (een deel van) de kosten van crèche, opvang, kampen en speelpleinwerking (voor kinderen beneden de 12 jaar)
  • gezinskorting op de onroerende voorheffing van de eigenaar van een woning (minstens 2 kinderen ten laste)
  • verkrijgen van een sociale lening
2. Gemeentelijke kortingen

Naast de fiscale voordelen geniet de ouder bij wie het kind is ingeschreven ook andere voordelen van de gemeente. Zo geven gemeenten aan hun inwoners vaak kortingen voor het zwembad, sportactiviteiten, vakantiekampen, speelpleinwerking, bibliotheek of evenementen die in de gemeente doorgaan of bij bezoek aan musea. Die voordelen zijn er niet voor de andere ouder, wanneer die in een andere gemeente woont. Immers kan een kind in die andere gemeente niet genieten van de kortingen die aan de inwoners van die gemeente worden gegeven,  simpelweg omdat het kind in die bepaalde gemeente niet is ingeschreven. Dit brengt dus een ongelijkheid tussen de ouders teweeg, waarbij het kind bij de ene ouder in aanmerking komt voor kortingen die de gemeente aan haar inwoners geeft en bij de andere ouder niet.

Ik geef een concreet voorbeeld. Stel dat een kind is gedomicilieerd bij de moeder, die woont in de gemeente L. Vader woont daarentegen in de gemeente Z. Wanneer vader met zijn kind gaat zwemmen in het gemeentelijk zwembad van de gemeente Z., dan kan zijn kind niet genieten van het lagere tarief, dat wordt toegestaan aan de inwoners van de gemeente Z. Zijn kind is immers gedomicilieerd bij de moeder in de gemeente L., waar de moeder wel kan genieten van het lager tarief.

Verblijfsregister om ongelijkheid gedeeltelijk weg te werken

Om deze ongelijkheid weg te werken, wordt vanaf januari 2016 het verblijfsregister ingevoerd (bron: de redactie). Daardoor zullen kinderen van wie de ouders gescheiden zijn en in twee verschillende gemeenten wonen, toch in beide gemeenten ingeschreven kunnen worden. Concreet zal naast de officiële woonplaats ook het verblijfsadres van het kind bij de andere ouder in het bevolkingsdossier worden opgenomen. Hierdoor zal het kind in de beide gemeenten kunnen genieten van de voordelen, die inwoners krijgen. Zo zal in voorgaand voorbeeld het kind ook korting kunnen genieten in het zwembad in de gemeente Z.

Fiscaalrechtelijk gezien verandert er evenwel niets. Dit wil zeggen dat vanaf januari nog steeds enkel de ouder, bij wie het kind officieel is gedomicilieerd, van de hierboven vermelde fiscale voordelen blijft genieten. De andere ouder, bij wie het kind niet is gedomicilieerd en die onderhoudsgeld betaalt, geniet wel het fiscaal voordeel van de aftrekbaarheid van het onderhoudsgeld voor 80%.

Co-ouderschap: de ideale oplossing?

Kinderen die na de scheiding evenveel tijd doorbrengen bij hun moeder als bij hun vader, het klinkt als de meest ideale oplossing voor alle partijen. Maar in de praktijk blijkt het niet altijd een fluitje van een cent.

Steeds meer ouders die uit elkaar gaan, kiezen voor co-ouderschap. Dat blijkt uit een recent onderzoek van de Brusselse Liga voor Geestelijke Gezondheid, dat aantoont dat het aantal gezinnen dat kiest voor het gedeelde ouderschap in Brussel en Charleroi tussen 2004 en 2010 zowaar verdubbeld is. En hoewel deze oplossing voor veel gescheiden ouders de meest humane lijkt, kunnen heel wat addertjes onder het gras voor problemen zorgen. ‘Bij co-ouderschap is het van essentieel belang dat ouders hun eigen behoeften opzij zetten en de belangen van het kind te allen tijde voorop stellen,’ verklaart Katrien Ballinckx, erkend echtscheidingsbemiddelaar. ‘Wat werkt voor het kind is de allerbelangrijkste vraag waarop een antwoord gegeven moet worden. En het is nu eenmaal zo dat de ideale oplossing voor het kind niet altijd gemakkelijk is of strookt met de verwachtingen van de ouders. Flexibiliteit, overleg, eerlijkheid en vertrouwen tussen de beide ouders zijn belangrijke, zelfs onmisbare pijlers voor het welslagen van het gedeelde ouderschap’. Katrien wordt beroepsmatig dagelijks met talrijke echtscheidingsdossiers geconfronteerd. Wij legden haar vijf situaties voor en vroegen haar advies.

Verdriet van een moeder

Nathalie (28): ‘Mijn relatie liep ongeveer een jaar geleden op de klippen. Mijn ex en ikzelf waren het er onmiddellijk over eens dat onze zoon van twee de helft van zijn tijd bij zijn vader en de andere helft bij mij zou doorbrengen. Dat was de meest fatsoenlijke oplossing voor alle partijen, en al helemaal voor onze zoon. Desondanks maakt dit het er zeker niet gemakkelijker op. De dagen zonder mijn zoon zijn een verschrikking. Ik word omringd door fantastische vrienden en familieleden, die me tijdens de weken dat mijn zoon er niet is op allerhande manieren proberen te entertainen, maar dat kan het gemis op geen enkele manier goedmaken. Mijn zoontje zelf heeft zich probleemloos aan de nieuwe situatie aangepast, en dat is zeker een hele geruststelling, maar ik kan maar niet wennen aan dit deeltijdse ouderschap. Mijn moederhart bloedt telkens als ik mijn zoon lachend zie vertrekken aan de hand van zijn papa .’

Dit zegt onze deskundige: ‘Veel gescheiden ouders lijden onder het gemis van hun kind. Dit geldt voor zowel moeders als vaders, maar vooral moeders ervaren het loslaten van hun kind vaak als een groot probleem. De gezinssituatie van voor de scheiding speelt zeker mee in de manier waarop ze na de scheiding omgaan met de afwezigheid van hun kind. Wanneer koppels een kind in hun leven verwelkomen, richten veel vrouwen zich vooral op hun moederrol en komen de rollen die zij als partner en vrouw vervulden veeleer op de achtergrond te staan. Deze vrouwen hebben het meestal extra moeilijk met de scheiding van hun kind. Plots valt de moederrol die zij uitoefenden immers voor een stuk weg en weten ze niet hoe ze de tijd die ze zonder kind doorbrengen, moeten invullen. Ze tellen de dagen af tot de dag dat hun zoon of dochter opnieuw bij hen is en blijven ondertussen verweesd achter. Maar die herwonnen vrije tijd kunnen ze ook zien als een uitnodiging om zich meer op zichzelf toe te spitsen. Wat zijn mijn behoeftes? Wat maakt mij gelukkig? Waar beleefde ik voor het moederschap zelf veel plezier aan? Ik kan enkel gissen of dit in dit verhaal een bepalende factor is, maar het kan een plausibele verklaring zijn. Daarenboven speelt de jonge leeftijd van het zoontje mee. Kinderen hebben tot ze de leeftijd bereikt hebben om naar school te gaan vooral nood aan één zorgfiguur. Een te lange afwezigheid van de moeder komt het kind niet ten goede. De keuze voor co-ouderschap is bij zeer jonge kinderen niet aangewezen.’

Gebrek aan communicatie

Kim (32): ‘Onze scheiding ging niet bepaald over rozen. Ook nu, twee jaar later, is de relatie met mijn ex-man nog steeds behoorlijk verzuurd. Wij delen het ouderschap over onze driejarige dochter, maar dat loopt niet van een leien dakje. Vrijwel alle communicatie met mijn ex verloopt via zijn moeder. Zij pikt onze dochter op vrijdagavond op en brengt haar terug. Toen onze dochter na een val van de schommel op school haar armpje gebroken had, wist ik helemaal van niets tot het moment dat mijn dochter op vrijdagavond met een gips om bij mij thuis afgezet werd. Mijn ex vond het niet nodig dat ik hierover op de hoogte gebracht werd. Het was tenslotte in zijn week gebeurd, en wat in zijn week gebeurt, zijn mijn zaken niet. Ik was woedend. Ondertussen heb ik ermee leren leven dat mijn ex mij zoveel mogelijk uit de weg gaat, maar ik vrees voor de toekomst. We kunnen onmogelijk op deze manier blijven doorgaan.’

Dit zegt onze deskundige: ‘Zonder een vlotte communicatie tussen de ouders kan dit niet werken. De moeder haalt terecht aan dat deze situatie onleefbaar is. Overleg is absoluut noodzakelijk in het belang van het kind. In dit verhaal spelen ongetwijfeld onverwerkte persoonlijke problemen mee, die zeker adequaat aangepakt moeten worden. Desnoods door een psycholoog die de partner helpt bij het verwerkingsproces van de relatiebreuk en alle daaraan gekoppelde emoties. Als dat niet gebeurt, kan het welzijn van het kind immers in gevaar komen. Want ondanks zijn leeftijd voelt een kind zeer goed aan wat er zich in zijn omgeving afspeelt en dat laat gegarandeerd zijn sporen na. Bemiddeling kan ook een uitweg bieden uit deze uitzichtloze situatie, maar beide partijen moeten hier dan wel toe bereid zijn. Wat vaststaat is dat deze ouders opnieuw met elkaar in overleg moeten gaan, al dan niet met de hulp van een objectieve bemiddelaar.’

Financieel strijdtoneel

Bart (36): ‘Na de scheiding besliste de rechter dat mijn ex en ik het ouderschap in het algemeen belang van onze twee tienerkinderen zouden moeten delen. Dat stemde mij zeer tevreden. Mijn ex daarentegen was behoorlijk van de kaart. Haar leven zou na de scheiding dan ook helemaal omgegooid worden. Gedurende ons gehuwde leven had ze nooit veel moeten werken, maar dat zou ze nu dus wel moeten doen. Dat bevestigde ook de rechter. Het merendeel van de kosten zou weliswaar door mij gedragen worden, omdat ik het grootste inkomen had. De gezamelijke woning kreeg zij toegewezen. Momenteel leeft zij echter van een uitkering en alle rekeningen voor de kinderen komen daardoor bij mij terecht. Ik betaal alle schoolkosten, kleding, hobby’s, … . Zelfs de activiteiten die ze met hun moeder ondernemen, sponsor ik. In het begin weigerde ik dat, maar dan zag ik mijn kinderen in lelijke kringloopspullen rondlopen. Ze zette de kinderen ook tegen mij op. Ze vertelde hen dat het allemaal mijn schuld was dat ze niet meer konden paardrijden, dat ik hen niet meer graag genoeg zag, dat ik er zomaar vandoor gegaan was. Daarom geef ik nu toe aan haar grillen. Wanneer ik een rekening voorgeschoteld krijg, betaal ik die zonder morren.’

Dit zegt onze deskundige: ‘De financiële verantwoordelijkheden van de ouders worden in het vonnis van de rechtbank tegenwoordig zeer strikt vastgelegd. Hoeveel elk van de ouders moet bijdragen in de kosten van hun kind en hoeveel onderhoudsgeld er uiteindelijk door de ene ouder aan de andere betaald moet worden, hangt af van een aantal factoren: de algemene kosten voor een kind, de inkomens van de ouders, de verblijfsregeling en de manier waarop de kosten worden beheerd. Financiële struikelblokken tussen gescheiden ouders worden dankzij dit transparant uitgewerkte alimentatiebeleid voorkomen. Wanneer ouders een beroep doen op echtscheidingsbemiddeling kunnen zij voor de berekening van het onderhoudsgeld van hetzelfde referentiekader gebruikmaken. Er bestaan hiervoor objectieve onderhoudscalculators – de ene al wat meer up to date dan de andere – waarbij alle financiële details geregistreerd worden. Maar de ouders zijn ook vrij om een andere regeling op maat uit te werken. Wat werkt voor beide ouders? Wat vinden zij zelf acceptabel? Maar uiteraard moet iedere partner zijn bijdrage leveren. Uit deze beknopte getuigenis valt moeilijk af te leiden wie verantwoordelijk is voor welk aandeel van de uitgaven, of er iemand in gebreke blijft en of alles correct verloopt. Om een accurate situatieschets te maken, is inzage in het vonnis nodig. Niettemin mogen financiële perikels niet gebruikt worden om kinderen tegen een ouder op te zetten, wat hier het geval blijkt te zijn. Wanneer een ouder zwartgemaakt wordt door de andere ouder, voelt het kind zich rechtstreeks aangesproken. Dit kan een zware impact hebben op de eigenwaarde en verdere sociale ontwikkeling van het kind.’

Op vraag van het kind

Sofie (38): ‘Onze zoon was maar een paar maanden oud toen mijn ex en ik onze relatie zo’n dertien jaar geleden voor bekeken hielden. Hij werkte toen voor een internationaal bedrijf en moest vaak naar het buitenland. We beslisten daarom dat ik voor onze zoon zou zorgen. We spraken af dat hij om de twee weken een weekend bij zijn vader zou doorbrengen, maar we wilden die regeling wel flexibel invullen gezien de regelmatige zakentrips van mijn ex. Ik leerde snel na de scheiding een nieuwe vriend kennen, die na enkele maanden bij ons introk. Mijn nieuwe vriend had zelf geen kinderen, dus dat was voor alle partijen wel even wennen. Mijn ex is ondertussen zelf al een aantal jaren hertrouwd en heeft zijn beroepsleven volledig omgegooid, zodat hij elke avond thuis kan zijn. Sinds kort zijn we op vraag van onze zoon dan ook gestart met een regeling waarbij hij week om week bij een van ons verblijft. Hij geniet enorm van de tijd die hij bij zijn vader doorbrengt, en mijn vriend en ik zijn blij met de tijd die we alleen als koppel kunnen spenderen.’

Dit zegt onze deskundige: ‘Een kind loslaten is moeilijk voor een moeder, maar deze moeder lijkt daar op een constructieve manier mee om te gaan. Beide gezinnen hebben het beste voor met het kind. Ze zijn bereid zichzelf opzij te zetten en zich flexibel aan de noden van het kind aan te passen. Die ingesteldheid vergemakkelijkt de omgang met de nieuwe gezinssituatie voor alle partijen. De vraag van de zoon om meer tijd bij zijn vader te kunnen doorbrengen, hangt hier ongetwijfeld nauw samen met zijn leeftijd. In feite hebben kinderen tot hun twaalfde levensjaar vooral nood aan hun moeder. Daarna wordt de vaderfiguur belangrijker, omdat die hen helpt hun plaats in het leven te vinden. In situaties met co-ouderschap, waarbij het kind vraagt om niet meer bij een van de ouders te gaan, is het raadzaam om uit te zoeken waarom dat zo is. Kinderen mogen dan wel zeer loyaal zijn ten opzichte van beide ouders, wanneer ze merken dat hun afwezigheid het leven van een van de ouders grondig verstoort, zullen ze onbewust kiezen voor de ouder die hen het meest nodig heeft. En dan heeft de vraag om altijd bij mama te verblijven helemaal niets te maken met hoe het kind zich voelt bij zijn ouders, maar weerspiegelt het onbewust de emoties van een van de ouders.’

Onverklaarbare afwezigheid

Jessie (40): ‘Na de scheiding hebben we een tijdje het ouderschap van onze toen zevenjarige dochter gedeeld. Mijn ex leerde snel een nieuwe vrouw kennen die zelf drie kindjes heeft. Hij verhuisde na een jaar naar de woonplaats van zijn nieuwe vriendin, zo’n veertig kilometer verderop. En dat maakte onze situatie een stuk moeilijker. Onze dochter liep school in onze oude woonplaats, waardoor mijn ex zowel ’s morgens als ’s avonds tachtig kilometer op en af moest reizen. Na een tijdje werd hij dit beu en bleef onze dochter ook in de weken dat ze in principe bij mijn ex verbleef steeds vaker bij mij of zijn moeder – die bij in de buurt woont – logeren. Wij beslisten toen samen om het gedeelde ouderschap stop te zetten en spraken af dat onze dochter om de twee weken een weekend bij hem zou doorbrengen. Voor mijn dochter was dit niet echt gemakkelijk te aanvaarden. Zij was een echt vaderskindje en ze genoot ervan om met haar nieuwe broertjes en zusje te spelen bij papa. Het ging opnieuw een tijdje goed, maar na verloop van tijd kwamen er steeds vaker excuses. Ondertussen heeft mijn dochter haar vader al meer dan een jaar en drie maanden niet meer gezien. De exacte reden ken ik niet, maar hij lijkt zo in zijn nieuwe gezinsleven op te gaan dat onze dochter niet meer meetelt. Ik heb het er nog steeds moeilijk mee dat onze dochter de dupe van het hele verhaal is. Hoe leg je een kind van negen immers uit dat haar vader geen tijd meer voor haar wil of kan vrijmaken?’

Dit zegt onze deskundige: ‘Beide ouders hebben in het begin bewuste keuzes gemaakt om het leven van hun dochter op een comfortabele manier in te richten. Toen na de verhuis bleek dat de weekregeling niet werkte, hebben ze een concrete oplossing uitgedokterd die wel voor alle partijen werkbaar zou zijn. Ouders moeten zich immers te allen tijde bewust zijn van de praktische haalbaarheid van een bepaalde situatie. Te ver van de school van het kind of de andere ouder wonen, is bijna nooit haalbaar. Het was een wijze beslissing van de ouders om zich te beraden over andere opties. De huidige wetgeving voorziet heel wat mogelijke verblijfsregelingen, waardoor echt op maat van de gezinnen gewerkt kan worden: één weekend op de twee, één weekend op de twee en een midweekbezoek, week om week, één weekeinde op de twee en elke week twee vaste dagen … . Ondanks de inspanningen van de ouders is in dit geval toch iets fout gelopen. Een geëscaleerd conflict of onuitgesproken ergernissen, daar kunnen we enkel naar gissen omdat wij het standpunt van de vader niet kennen. Aangezien de permanente scheiding van haar vader hier zwaar op het meisje weegt, is het raadzaam om – eventueel via een bemiddelingsgesprek waaraan indien gewenst ook de dochter deelneemt – toch op zoek te gaan naar de reden van de afwezigheid van de vader.’

(Goed Gevoel, mei 2014 – Goed Gevoel Kids, maart 2016)

Spullen vergeten

Co-ouderschap houdt in dat kinderen hun spullen voor school, hun sportgerief en andere persoonlijke spullen steeds heen en weer moeten meenemen. Het overkomt dan ook iedereen wel eens dat iets bij de andere ouder is blijven liggen, dat zoon- of dochterlief dringend nodig heeft. Dat kan je als vervelend ervaren maar het wordt echt wel lastig als dat vergeten frequent voorkomt.

Hoe voorkomen?

In de getuigenis hieronder vind je een heel bruikbare tip, dat effectief werkt tegen het vergeten van spullen:

“We hebben afgesproken dat als de kinderen iets bij mij laten liggen en ze dat bij hun vader thuis nodig mochten hebben, dat het dan mijn verantwoordelijkheid is om het naar ze toe te brengen. Datzelfde geldt voor hem. Als ze iets bij hun vader thuis laten liggen en ze willen het hebben als ze bij mij zijn, dan moet hij het komen brengen. Deze regeling heeft tot gevolg gehad dat er aanmerkelijk weinig dingen meer per ongeluk bij de één of de ander blijven liggen. Voordat de kinderen bij mij weggaan, loop ik heel zorgvuldig met ze na of ze alles hebben wat ze de komende twee weken bij hun vader nodig hebben. Want ik heb er geen zin in om steeds een eind te moeten rijden om ze een boek of een paar gympjes achterna te brengen.” (uit Co-ouderschap. Een gids voor ouders die na de scheiding hun kind samen willen blijven opvoeden van Miriam Galper).

Voorwaarden voor een succesvol co-ouderschap

Evolutie van de klassieke verblijfsregeling naar verblijfsco-ouderschap

Vroeger had je de klassieke verblijfsregeling als standaard: de kinderen werden aan de moeder toegewezen en mochten één weekend om de veertien dagen en de helft van de vakanties bij de vader. Van deze regeling werd slechts afzonderlijk afgeweken.

Sedert de bilocatiewet van 18 juli 2006 – waarbij de rechter op vraag van minstens één van de ouders de mogelijkheid van verblijfsco-ouderschap (evenveel tijd bij de moeder en de vader) moet onderzoeken, doch kan weigeren wanneer het volgens hem of haar niet de meest passende oplossing is – is de tendens dat er meer en meer verblijfsco-ouderschap of bilocatie wordt toegepast. Ook bij de echtscheidingen door onderlinge toestemming.

De achterliggende reden hiervoor is dat de vader, evenzeer als de moeder, bij de opvoeding van hun kinderen betrokken wilt zijn, wat op zich uiteraard heel positief is. Bij een verblijfsco-ouderschap kunnen de kinderen bovendien een band met hun moeder én vader opbouwen, wat bij een klassieke verblijfsregeling minder evident is.

 

Maar is co-ouderschap voor de kinderen ook altijd de beste oplossing?

Niet alle co-ouders zijn achteraf gezien helemaal tevreden over verblijfsco-ouderschap. Ze denken dan vooral aan het over en weer verhuis van de kinderen met hun koffers, met het risico dat de kinderen zich nergens thuis voelen. Een klassieke verblijfsregeling zou voor meer stabiliteit zorgen.

Zelf wijs ik in mijn bemiddelingen de ouders erop dat verblijfsco-ouderschap niet alleen over tijdsverdeling gaat, maar dat co-ouderschap ook een ingesteldheid is. Het gaat over samen de kinderen opvoeden, samen verantwoordelijk zijn, samen overleggen. Verblijfsco-ouderschap is niet voor iedereen weggelegd. Als je hiervoor kiest, dan moet je hiervoor bepaalde inspanningen doen.

 

Voorwaarden voor een succesvol co-ouderschap

Om co-ouderschap te doen slagen, zijn er een aantal vereisten:

1. De ouders moeten met elkaar kunnen communiceren en overleggen. Soms heeft het tijd nodig om in goed overleg te kunnen gaan. In het begin kan overleg moeilijk zijn omwille van de emoties.

2. Je moet vertrouwen hebben in elkaar: vertrouwen dat de andere ouder goed voor de kinderen zorgt, het geld voor de kinderen effectief aan de kinderen besteedt, enz.

3. Respect hebben voor elkaar als vader en moeder van jullie kinderen. Dat de andere ouder het anders doet dan jij is niet noodzakelijk slechter of beter. Het is gewoon anders en kan zelfs voor jullie kind verrijkend zijn.

4. Het hebben van een zekere rijpheid: je eigen ego en negatieve gevoelens tegenover jouw ex opzij kunnen zetten en het belang van jullie kind kunnen vooropstellen.

5. Co-ouderschap moet ook praktisch haalbaar zijn: als één ouder op grote afstand van de school gaat wonen, is een lange autotocht in de week naar en van de school gewoon niet praktisch. En ook wanneer je bijvoorbeeld wegens jouw job weinig tijd in de week kan vrijmaken voor jouw kinderen, is co-ouderschap niet de ideale regeling. Wees hierin eerlijk met jezelf.

6. Rekening houden met de kinderen: de kinderen zelf  moeten zich ook goed voelen bij een regeling van bilocatie en de regeling aankunnen. Je kan experimenteren in de verdeling van de tijd: week/week, wissel om de drie dagen, of nog anders. Kleine kinderen die nog niet naar school gaan hebben dan weer nood aan één zorgfiguur en tieners bouwen hun eigen sociale leven op en afhankelijk hiervan zullen ook zij hun voorkeur in de verblijfsregeling hebben.

 

Slagen jullie hierin dan zullen de kinderen zeker bij een verblijfsco-ouderschap gebaat zijn, dit ondanks het over en weer verhuis. Uit getuigenissen van kinderen blijkt dat zij zich zowel bij moeder als bij vader kunnen thuisvoelen.